slider02.jpg slider01.jpg slider04.jpg slider03.jpg slider05.jpg
 

Spelregels

De spelregels van hockey in Nederland worden opgesteld door de KNHB. De KNHB volgt hierin over het algemeen de internationale regels van de International Hockey Federation (FIH). Hieronder vind je een kort overzicht van verschillende spelregels.

Wat is hockey?

Hockey is een spel waarbij twee teams van elk elf spelers tegen elkaar spelen. Alle spelers hebben een stick. Met die stick slaan, pushen of stoppen ze de bal. Je mag de bal alleen met de platte kant van je stick spelen en dus niet met je voet of lichaam. De bal moet binnen de lijnen van het veld blijven. Hockey wordt in de meeste gevallen op kunstgras gespeeld. Het doel van het spel is meer doelpunten scoren dan de tegenstander. Bij jeugdteams komen kleinere teams voor en daar gelden soms ook andere regels.

Team

Tijdens de wedstrijd dient een hockeyteam te bestaan uit minimaal acht en maximaal elf spelers in het veld. In totaal mag een team bestaan uit maximaal zestien spelers (vijf reserves op de bank)

Keeper

Elk team moet bij een wedstrijd een keeper in het veld hebben. Een keeper draagt in ieder geval:

  • een helm;
  • beenbeschermers (legguards);
  • klompen om de voeten;
  • een shirt, trui of jack in een afwijkende kleur van de rest van het team en het team van de tegenstander.
     

Een keeper mag ook bescherming voor de armen, borst, bovenbenen en handen dragen.

Daarnaast mag een team ervoor kiezen om te spelen met een ‘vliegende keep’.

Aanvoerder

Elk team heeft een aanvoerder. De aanvoerder zorgt ervoor dat zijn team en de teambegeleiders zich netjes gedragen. Ook let hij op dat zijn team goed wisselt.

Als de aanvoerder uit het veld gaat of het veld moet verlaten, wijst hij een ander als aanvoerder aan. De aanvoerder draagt een band of een ander teken. Dat mag om de bovenarm, aan de schouder of om de kous.

Kleding en materiaal

De spelers van elk team zijn verplicht een uniform clubtenue te dragen en natuurlijk een stick. Je mag niks dragen dat gevaarlijk kan zijn voor andere spelers. Als je speelt moet je scheenbeschermers dragen. Per 1 augustus 2015 is ook het dragen van mondbescherming tijdens een wedstrijd verplicht. Bij een strafcorner mag je als verdediger een masker dragen.

De wedstrijd

Een hockeywedstrijd bestaat uit twee helften van 35 minuten en een pauze van 5 minuten. De wedstrijd begint met een toss, die bepaalt welk team mag beginnen. De toss wordt uitgevoerd door de scheidsrechter die bijvoorbeeld de stick opgooit en laat vallen. De teams mogen kiezen tussen de bolle of platte kant.

De toss en beginslag

Het team dat de toss wint, mag de beginslag nemen of de speelrichting in de eerste helft kiezen. Als je team de speelrichting kiest, dan mag het andere team de beginslag nemen. Als het andere team de beginslag neemt, mag jouw team de tweede helft beginnen. In de tweede helft speel je in omgekeerde richting. Je neemt de beginslag vanaf het midden van de middenlijn. Daarbij mag je de bal in elke richting spelen. Alle spelers moeten op hun eigen helft zijn (de helft waar hun doel staat).

Scheidsrechters

Een wedstrijd wordt gefloten door twee scheidsrechters, ieder aan één kant van het veld. Elke scheidsrechter beslist over het spel op zijn helft van het veld. Bij hockey zijn er geen grensrechters. De scheidsrechters:

  • fluiten als ze een overtreding zien;
  • fluiten als een team een doelpunt maakt;
  • houden bij hoeveel doelpunten elk team maakt;
  • houden in de gaten dat de teams twee keer 35 minuten spelen;
  • zetten de gescoorde doelpunten en de gegeven kaarten bij persoonlijke straffen op het wedstrijdformulier;
  • zorgen voor een sportief verloop van de wedstrijd.
     

In het geval van een blessure of bijvoorbeeld bij onweer mogen scheidsrechters de wedstrijd tijdelijk stilleggen. De wedstrijd wordt daarna weer hervat met een zogeheten ‘bully’.

De bully

Bij een bully moet de bal op de plaats liggen waar de ?scheidsrechter de wedstrijd stillegde. De bal ligt tussen twee spelers, één van elk team. De spelers staan met hun gezichten naar elkaar toe. Zij hebben daarbij hun eigen doel rechts vanzich. ?De spelers beginnen de bully met hun stick op de grond rechts van de bal. Ze tikken één keer boven de bal met de platte kant van hun stick tegen de stick van hun tegenstander. Wie dit het snelste doet, kan de bal spelen en het spel gaat verder. Alle andere spelers staan bij het nemen van de bully op minimaal 5 meter afstand van de bal.

Scoren

Je kunt bij hockey alleen scoren als je binnen de cirkel van de tegenstander staat en de bal volledig over de doellijn gaat. Het team dat de meeste doelpunten scoort heeft gewonnen. Is het aantal gescoorde doelpunten gelijk of worden er geen doelpunten gescoord? Dan is het gelijkspel.

Bal buiten het veld

De bal is buiten het veld als die helemaal over de zijlijn of achterlijn gaat. Het team dat niet als laatste de bal aanraakte voordat deze buiten het veld raakte, mag het spel hervatten met een vrije slag op de zijlijn als de bal over de zijlijn uitging, of als de bal over de achterlijn uitging met een vrije slag op de 23-meterlijn ter hoogte van waar de bal over de achterlijn ging. Mocht de bal door de verdedigende partij opzettelijk over de achterlijn worden gespeeld dan kan een strafcorner worden gegeven.

Spelers wisselen

Bij hockey mag je onbeperkt spelers wisselen. De speler die in het veld komt, mag pas het veld inlopen als de andere speler uit het veld is. Je wisselt binnen 3 meter van de middenlijn. Keepers mogen wel wisselen vlakbij hun doel. Tijdens een strafcorner mag niet gewisseld worden. Als een speler het veld uit wordt gestuurd wegens een overtreding mag hij of zij niet worden gewisseld.

Overtredingen

Als hockeyer moet je je altijd sportief te gedragen. De KNHB hecht grote waarde aan sportiviteit en respect binnen het spel. Spelers mogen geen voorwerpen op het veld of naar een persoon gooien en mogen niemand uitschelden. Je mag ook geen tijd rekken tijdens de wedstrijd omdat jouw team bijvoorbeeld voor staat. Hieronder wordt kort op een rij gezet wat binnen hockey nog meer wordt gezien als een overtreding.

Je mag de tegenstander niet:

  • hinderen in het spel door sticks of kleding vast te pakken
  • intimideren of het spelen verhinderen
  • benaderen binnen 5 meter als die een bal wil aannemen die bij een scoop naar beneden komt.
     

Je mag de bal niet:

  • met de bolle kant van je stick spelen;
  • spelen als de bal hoger komt dan je schouder ?(je mag als je verdedigt wel een schot op doel tegenhouden als de bal hoger komt. Dan moet je je stick wel stilhouden en de bal niet wegslaan.) Deze regel geldt alleen voor de jeugd.
  • gevaarlijk spelen of met je lichaam spelen.
     

Je mag je lichaam niet:

  • gebruiken om te storen waardoor je tegenstander niet bij de bal kan (afhouden);
  • gebruiken om de bal mee te stoppen, tenzij je de keeper bent.

Voor keepers gelden een aantal aparte regels. Als keeper mag je:

  • de bal met je stick, uitrusting of met een ander deel van je lichaam wegspelen, van richting veranderen of stoppen (als je het niet gevaarlijk ?doet);
  • de bal alleen met je stick spelen als de bal buiten de cirkel is.
     

Als keeper mag je niet:

  • buiten het 23-metergebied komen;
  • op de bal liggen.
     

Als ‘vliegende keep’ mag je:

  • je stick, voeten, benen of een ander deel van je lichaam gebruiken om de bal ?te spelen, van richting te veranderen of te stoppen. Dit mag je alleen in je eigen cirkel, buiten de cirkel gebruik je net als de andere hockeyers alleen je stick;
  • buiten het 23-metergebied komen.
     

Als ‘vliegende keep’ moet je:

  • een helm dragen bij een strafcorner of strafbal.

Straffen

Er wordt alleen een straf opgelegd als een team nadeel ondervindt van een overtreding. De scheidsrechter kan de volgende straffen opleggen:

  1. Vrije slag
  2. Strafcorner
  3. Strafbal
     

De opgelegde straf hangt af van het soort overtreding en de plek waar de overtreding is gemaakt.

Vrije slag

Een vrije slag wordt toegekend bij:

  • een overtreding van een speler in het gebied tussen de 23-meterlijnen;
  • een overtreding van een aanvaller in het 23-metergebied van de tegenpartij;
  • een onopzettelijke overtreding van een verdediger in zijn 23-metergebied, maar buiten zijn cirkel.

Strafcorner

Een strafcorner wordt toegekend bij:

  • een overtreding van een verdediger in zijn cirkel
  • voor een opzettelijke overtreding van een verdediger in zijn cirkel tegen een tegenstander die geen balbezit heeft en niet de mogelijkheid heeft de bal te spelen;
  • een opzettelijke overtreding van een verdediger buiten zijn cirkel, maar binnen zijn 23-metergebied;
  • het opzettelijk over de achterlijn spelen van de bal door een verdediger;

of als:

  • de bal in de cirkel komt vast te zitten in de kleding of uitrusting van een (doel)verdediger.

Strafbal

De strafbal of strafpush wordt toegekend bij:

  • een overtreding van een verdediger in zijn cirkel, als er vrijwel zeker gescoord ging worden;
  • een opzettelijke overtreding van een verdediger in zijn cirkel ?tegen een tegenstander die in balbezit is of een mogelijkheid heeft ?om de bal te spelen;
  • verdedigers die steeds opnieuw te vroeg uitlopen bij het nemen van strafcorners.

Persoonlijke straffen

Een scheidsrechter kan een speler die een overtreding maakt ook een persoonlijke straf opleggen. Dit kan gebeuren in de vorm van een verbale waarschuwing. Bij ernstigere overtredingen kan de scheidsrechter een kaart uitdelen. Er zijn drie soorten kaarten binnen hockey:

Groene kaart: waarschuwing

Een waarschuwing in de vorm van een kaart. Tijdens internationale wedstrijden? betekent een groene kaart een tijdstraf van twee minuten voor de speler die de groene kaart heeft gekregen. Per 1 augustus 2015 geldt dit ook in de reguliere Nederlandse competitie.

Gele kaart: tijdelijk van het veld

Bij een gele kaart wordt een speler voor minimaal 5 minuten uit het veld gestuurd. Hij of zij dient in dat geval op de spelersbank van het eigen team plaats te nemen. De scheidsrechter geeft aan wanneer de speler het veld weer in mag. Twee gele kaarten aan dezelfde speler betekent rood en dus definitief van het veld.

Rode kaart: definitief van het veld

Bij een zeer ernstige overtreding kan de scheidsrechter een speler voor de duur van de wedstrijd uit het veld sturen. Dit wordt aangegeven met een rode kaart.

Kaart voor teambegeleider

Ook een teambegeleider kan een groene, gele of rode kaart krijgen. Bij een gele kaart mag hij ten minste 10 minuten geen aanwijzingen geven aan zijn team en moet hij buiten het veld gaan staan. Bij een rode kaart moet hij bij het veld weggaan. Gedurende de straftijd van een teambegeleider speelt zijn team met een speler minder.

Meer informatie

Wil je graag de complete spelregels inzien? Dan kun je het spelreglement veldhockey van de KNHB downloaden. 

Op deze pagina lees je alles over spelregels:‘Alles over spelregels (www.knhb.nl)’. Hier kan je ook de spelregels vinden voor de jongste jeugd die in 3, 6 of 8-tallen spelen.

(bron: hockey.nl)